Fractieleider Ludwig Caluwé in het actualiteitsdebat over de eedaflegging van twee Vlaamse ministers als lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat
Mijnheer de
Voorzitter,
Leden van de
Regering,
Waarde
Collega’s,
Het spektakel
van de voorbije drie dagen is niet het mooiste dat in dit Vlaams Parlement al
vertoond is.
Men zegt.
Jullie werken eraan mee want jullie leveren jullie handtekeningen. Klopt. Maar
ethische keuzes zijn maar keuzes als ze vrij gebeuren, niet onder dwang. We
hadden gehoopt op een andere keuze, maar we hebben ook steeds gezegd dat als men
zijn voornemen toch wil doorzetten, we het niet zouden beletten. Ik leg straks
uit waarom.
Men zegt.
Iedereen doet het. Neen, niet iedereen doet het. Ingrid Lieten maakt nu een
andere keuze. Kris Peeters maakte in 2007 een andere keuze.
Ik wil eraan
toevoegen dat mijn fractie en ook ik echt persoonlijk ontgoocheld zijn. Toen ik
hoorde van het voornemen, dacht ik: “Tu quoque?” Er zijn politici waarvan je
bepaalde houdingen verwacht, er zijn er waarvan je ze niet verwacht.
Er zijn er
waarvan je weet dat hun woorden maar wind zijn en er zijn er waarvan je denkt
dat ze zich zelf zullen houden aan de normen die ze anderen opgelegd hebben.
We hebben
hier een rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement. Dat is er niet vanzelf gekomen.
Onze Vlaamse Ministers worden aangeduid op voordracht van een meerderheid van de
democratisch verkozen Vlaamse Volksvertegenwoordigers. Ze leggen hun eed af,
niet ergens in een stoffig paleis, maar hier in de handen van de
Parlementsvoorzitter. Er zijn collega’s, en ik neem ze dat niet kwalijk, die dit
beschouwen als loutere formaliteiten, maar er zijn ook collega’s waarvan je
denkt dat ze daar mee betekenis aan hechten, waarvan je denkt dat ze mee
beseffen dat je van deze rituelen geen bagatel mag maken.
Ik zou mijn
ontgoocheling daarover nog veel scherper willen uitdrukken, maar ik hou me in.
Ik leg dadelijk uit waarom.
Maar in ieder
geval. Ik ben een illusie kwijt. Des te meer is duidelijk dat we wettelijke
regelingen nodig hebben. Er zijn de voorstellen Verherstraeten, er zijn de
voorstellen van collega Bourgeois zelf. Er moet echter federaal over beslist
worden en ook wat dit betreft liggen de gevoeligheden tussen Vlamingen en
Franstaligen verschillend. Kan men niet tot federale regelingen komen of krijgen
we die bevoegdheid niet geregionaliseerd, dan moeten we, zoals de
Minister-President hier enkele weken gesuggereerd heeft toch minstens onder
Vlaamse partijen in tempore non suspecto komen tot een Gentlemen’s agreement,
tot een Code of conduct. Als grootste fractie in dit Parlement zullen we daar,
als het stof is gaan liggen, initiatief toe nemen. Bovendien moeten we ook
regelen, wat we zelf kunnen regelen. Binnenkort komt hier het
provinciekiesdecreet. We moeten regelen dat wie voor de provincieraad verkozen
wordt, zijn mandaat ook opneemt.
Ik besluit.
We zijn ontgoocheld, maar we spreken onze ontgoocheling minder scherp uit dan we
ze voelen. We leveren ook onze handtekeningen en, ook al hebben we er even over
nagedacht, we gaan straks bij de eedaflegging niet ostentatief allemaal buiten,
ook al betreuren we dat dit ritueel zo stevig gebagateliseerd wordt.
We nemen deze
houding aan omdat we belang hechten aan deze coalitie. Deze regering is er voor
vijf jaar. Ze moet haar werk verder zetten. De begroting op orde krijgen, een
evenwicht bereiken in 2011, onze economie en samenleving moderniseren zodat we
in 2020 op tal van domeinen bij de Europese top horen. Het vertrouwen is even
geschokt. Maar ook in de beste relaties ontdekt men in het karakter van zijn
partner soms dingen die men niet verwacht had. Liefde overwint dat.
We nemen deze
houding ook aan omdat er belangrijker dingen op het spel staan. We staan voor
belangrijke, ingrijpende onderhandelingen. De Vlaamse kiezer heeft een duidelijk
mandaat gegeven. Het zwaartepunt moet naar de deelstaten. Een zwaar incident zou
de relaties vertroebelen tussen de partijen met de grootste fractie hier en de
grootste fractie daar en dat kan niet, want dat verzwakt ons allebei. Ieder
heeft zijn eigen verantwoordelijkheid, maar in het belang van Vlaanderen moeten
we schouder aan schouder staan en daar mag geen twijfel over bestaan. Dat is
belangrijker dan het spijtige voorval dat we hier nu moeten meemaken.
Ik dank u.
Ludwig
Caluwé
Fractievoorzitter
Woensdag 7
juli 2010
|
 |
 |
Recente berichten:
09 juli 2010 Tom Dehaene: "Nieuwe woonzorgcentra tot 2.400 euro per maand om uit kosten te geraken"

08 juli 2010 Karin Brouwers: "Vlaams Parlement stuurt nieuwe beheersovereenkomst De Lijn"

02 juli 2010 Paul Delva en Bianca Debaets : “Onderwijs in Brussel : verklaring op eer sneuvelt !”

30 juni 2010 Carl Decaluwé: "Ruim 15.000 Lijnabonnementen voor nummerplaat"

30 juni 2010 Paul Delva: "387 Brusselse jongeren in geen enkele school ingeschreven"

|
|
 |
|