|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
26-10-2009
“Heffing waterafvoer nog niet meteen van waterfactuur”
De keuze om een gemeentelijke bijdrage of een vergoeding te bepalen voor de afvoer van water voor landbouwers komt toe aan de drinkwatermaatschappij en de gemeente. In de eerste helft van 2010 moet een instrument klaar zijn dat de gemeenten helpt om deze kosten correct door te rekenen, ook voor landbouwers. Dat zei minister Schauvliege in de commissie Leefmilieu.
Heel wat land- en tuinbouwers kregen de afgelopen weken en maanden de waterfactuur in de bus. Die heeft betrekking op drie elementen: het onderdeel voor de watermaatschappij voor het water zelf, de bovengemeentelijke heffing voor de zuivering van het water en de gemeentelijke afvoer van het water. Volgens CD&V-parlementslid Jos De Meyer is dit laatste een overbodige heffing omdat de meeste land- en tuinbouwbedrijven geen gebruik maken van openbare afvoervoorzieningen.
“In de veehouderij wordt het water grotendeels gebruikt als drinkwater voor het vee. Het weinige afvalwater komt niet in de riolen of grachten terecht, maar in de mestkelder en het wordt nadien samen met de mest uitgereden op het land. Ook op heel wat glastuinbouwbedrijven evolueert men naar de volledige opvang en recirculatie van het water”, weet hij. Daarom vindt De Meyer het onaanvaardbaar dat de sector in tijden van crisis deze bijkomende heffing moet betalen.
“We zijn momenteel aan het nagaan hoe dit probleem kan worden aangepakt”, zei Schauvliege. Maar volgens haar ligt de bevoegdheid hiervoor bij de drinkwatermaatschappij en de gemeente. “Het is de drinkwatermaatschappij die in overleg met de gemeente om sociale, economische en ecologische redenen beperkingen kan opleggen over de gemeentelijke bijdrage en de vergoeding die wordt aangerekend”, stelt de minister van Leefmilieu.
Ze is van mening dat die bijdrage voor de land- en tuinbouwers in de praktijk zelden hoog oploopt omdat ook voor het gemeentelijk tarief rekening moet gehouden worden met de gunstige omzettingscoëfficiënten voor de heffingen voor de landbouwsector. “Die omzettingscoëfficiënten zijn gunstig omdat het verbruikte water vaak niet geloosd wordt, maar door de dieren of als beregening van landbouwgewassen wordt gebruikt”.
Joke Schauvliege wil dat er de eerste helft van volgend jaar een instrument klaar is dat de gemeenten helpt bij het bepalen van die heffing. “Gemeenten moeten in staat zijn hun eigen kosten te berekenen. Die moeten dan verhoudingsgewijs aan de gebruikers worden doorgerekend. Met dit instrument moeten de gemeenten op een eenvoudige, maar onderbouwde manier kunnen bepalen wie wat verbruikt en aan wie de gemeenten welke kosten hebben. Dan kunnen ze een heffing in verhouding tot de kosten aanrekenen”, aldus de minister.
Vilt, 24 oktober 2009
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|