|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
21-12-2009
“Studiewerk over toekomst Schipdonkkanaal nog niet klaar”
VLAAMS PARLEMENT
₪ SCHRIFTELIJKE VRAGEN
HILDE CREVITS
VLAAMS MINISTER VAN MOBILITEIT EN OPENBARE WERKEN
Vraag nr. 102
van 9 november 2009
van JOS DE MEYER
Dossier Schipdonkkanaal - Stand van zaken
Reeds geruime tijd wordt gezocht naar een ontsluiting van de haven van Zeebrugge via de binnen-vaart. Onder meer een verbreding van het Schipdonkkanaal om dit geschikt te maken voor schepen tot 4500 ton wordt op dit moment onderzocht.
In de vorige legislatuur werden de provinciegouverneurs van Oost- en West-Vlaanderen belast met de opdracht om, naast het lopende planproces, alle belangrijke stakeholders uit het gebied te bevragen en na te gaan of er een ruimere gebiedsvisie kan worden opgebouwd. Op 18 december brachten de gou-verneurs verslag uit. In hun rapport geven ze een serie aanbevelingen.
In de plenaire vergadering van 14 januari 2009 stelde de minister: “We gaan niet over één nacht ijs. We onderzoeken de mogelijkheden om het kanaal te verbreden zeer grondig. We moeten stap voor stap te werk gaan. Als alle studies afgerond zijn, kan er een gedragen beslissing worden genomen over het al dan niet opstarten van een project-MER. Dat zijn de verplichte procedures, en die zullen we doorlopen. We laten daar stevig aan verder werken.”.
Onder meer het risico op verzilting, de verslechtering van de waterkwaliteit of simpelweg een waterte-kort om het kanaal adequaat te voeden, worden door velen gevreesd. Zoals onder meer ook bleek uit de hoorzitting in de parlement met actiegroep het Groot Gedelf.
In het Vlaamse regeerakkoord van 15 juli 2009 lezen we: “Over de Seine-Schelde-West-verbinding zullen we op basis van alle resultaten van het studiewerk een beslissing nemen.”.
In een recent kranteninterview liet de minister dan weer verstaan dat indien uit bijkomend onderzoek zou blijken dat er sprake zou zijn van risico op verzilting of verslechtering van de waterkwaliteit, het dossier dan definitief wordt begraven.
1. Welke onderzoeken zijn momenteel nog lopende? Welke facetten en effecten van de mogelijke kanaalverbreding worden onderzocht? Door wie worden deze onderzoeken uitgevoerd? Tegen wanneer zullen er resultaten zijn?
2. Bevestigt de minister de uitspraak dat een aangetoond risico op verzilting of verslechtering van de waterkwaliteit een rood licht betekenen voor dit dossier?
3. Op welke termijn verwacht de minister dat de Vlaamse Regering ter zake een principebeslissing zal kunnen nemen over het al dan niet voortzetten van dit dossier?
HILDE CREVITS
VLAAMS MINISTER VAN MOBILITEIT EN OPENBARE WERKEN
ANTWOORD
op vraag nr. 102 van 9 november 2009
van JOS DE MEYER
1. De beoordeling van de haalbaarheid van het project gebeurt op basis van verscheidene studies. Een eerste groep studies beoordeelde op hoofdlijnen de technische, economische, landschappelijke, ruimtelijke, ecologische en financiële aspecten van het dossier. Op basis hiervan heb ik gevraagd om een aantal aanvullende studies betreffende de haalbaarheid van het project uit te voeren, zoals aangaande de eventuele verziltingsproblematiek en de waterbeschikbaarheid. De resultaten zijn thans in een fase van interne beoordeling en rapportering. Deze onderzoeken worden uitgevoerd door het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, ondersteund door het door dit agentschap aange-stelde studiebureau.
Wat het ecologisch luik betreft, zal belangrijke informatie kunnen worden verstrekt door het plan-MER. De opmaak hiervan is reeds geruime tijd lopende. De plan-MER ligt nu voor bij de cel MER van de bevoegde administratie voor beoordeling.
2. In het plan-Mer wordt het risico op verzilting zorgvuldig onderzocht en beoordeeld. Ook in aan-vullende studies wordt aandacht besteed aan de mogelijke verziltingsproblematiek en de water-beschikbaarheid.
De studieresultaten zullen uiteraard bepalend zijn voor de verdere aanpak van dit dossier.
3. Gelet op de stand van zaken van de lopende studie is het nu nog niet aan de orde een concrete termijn voor beslissing te stellen. Een beslissing over het project wordt, zoals in het regeerakkoord vermeldt, genomen op basis van alle resultaten van het studiewerk.
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|