|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
22-01-2010
Minister Smet: “Er is helemaal niets aan de hand” (?!)
Minister Smet: “Er is helemaal niets aan de hand. Het decreet dat uw parlement heeft goedgekeurd, zegt dat voor 1 februari van het lopende jaar 50 percent van de werkingsmiddelen aan de scholen moet worden betaald. Ik heb het laten nagaan en tot en met 2004, dus tot 2005, werd die 50 percent van de werkingsmiddelen altijd eind januari betaald. (…) Ik moet u in alle eerlijkheid bekennen dat ik heel veel mails ontvang van scholen en directies en dat er op dit moment, voor zover ik weet, geen enkele school is die mij heeft laten weten dat er nu plotseling een ontzettend groot probleem zou zijn omdat ze twee weken later worden betaald.”
Kort na het antwoord van de minister in de plenaire vergadering van het parlement ontving De Meyer reeds de volgende mail van een directeur van een grote ASO-school gericht aan de minister:
“Met verbazing heb ik uw antwoord op de zeer terechte vraag van de heer Jos De Meyer gehoord. Ik kan u verzekeren dat het uitblijven van de werkingstoelagen ons gedwongen heeft bij de bank een overbruggingskrediet aan te vragen, met alle kosten vandien.”
Jos De Meyer: voor de basisscholen, voor de tso- en de bso-scholen en voor alle scholen met grote leningen maakt de eerste of de laatste werkdag van de maand een groot verschil uit. De onbetaalde facturen stapelen zich op. Er zijn zelfs scholen waar op dit moment de directie uit eigen zak het onderhoudspersoneel moet betalen.
Handelingen Plenaire Vergadering van 20 januari 2010
Actuele vraag van de heer Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de uitbetaling van de werkingstoelagen voor het lager en secundair onderwijs
De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, minister, collega’s, het is nog maar van gisteravond geleden dat ik op een nieuwjaarsbijeenkomst werd aangeklampt door een directeur van een technische school die met aandrang vroeg wanneer de werkingsmiddelen van zijn instelling zouden worden betaald, want hij kan de facturen jammer genoeg niet meer betalen. Vorige week kreeg ik een e-mail van een directeur van een basisschool, die liet weten dat het onderhoudspersoneel in november was betaald door het oudercomité en in december heeft hij die mensen van zijn eigen wedde betaald.
Minister, het is normaal dat de werkingsmiddelen voor de scholen worden betaald in de maand januari en juni. Vorig jaar zijn de werkingsmiddelen betaald in de eerste werkdagen van januari. Ik vrees dat het dit jaar in de laatste werkdagen van januari zal gebeuren.
U kunt zich de vraag stellen of dit zo’n groot verschil uitmaakt. Ik denk van wel. Ik zal u zeggen voor welke groepen van scholen het een immens verschilt uitmaakt. Dat is zeker en vast het geval voor de basisscholen, voor de tso- en de bso-scholen en eveneens voor alle scholen met grote leningen. En heel wat instellingen komt het water tot aan de lippen.
Minister, wanneer mogen ze rekenen op de betaling van de werkingsmiddelen? Kan het dat dit in de maand juni opnieuw gebeurt tijdens de eerste werkdagen van de maand?
Minister Pascal Smet:
Mijnheer De Meyer, u hebt de vraag ook in de commissie gesteld.
De heer Jos De Meyer:
Maar ik heb er geen antwoord op gekregen.
Minister Pascal Smet:
Neen, want we hadden afgesproken dat ik u morgen het antwoord zou geven. (Opmerkingen van de heer Jos De Meyer)
De voorzitter:
Mijnheer De Meyer, laat de minister even antwoorden, u krijgt straks de mogelijkheid tot het geven van een repliek.
Minister Pascal Smet:
Mijnheer De Meyer, ik zal uw vraag beantwoorden. Er is helemaal niets aan de hand. Het decreet dat uw parlement heeft goedgekeurd, zegt dat voor 1 februari van het lopende jaar 50 percent van de werkingsmiddelen aan de scholen moet worden betaald. Ik heb het laten nagaan en tot en met 2004, dus tot 2005, werd die 50 percent van de werkingsmiddelen altijd eind januari betaald. Het klopt dat de afgelopen vier jaar, toen de financiële en budgettaire toestand van de Vlaamse Regering, en van het land in het algemeen, veel beter was, het bedrag begin januari werd betaald. Dat gebeurde omdat dat kon op dat moment.
U weet dat de budgettaire toestand algemeen een beetje gewijzigd is en we respecteren, of we knopen terug aan bij de gewone traditie om voor de wettelijke termijn te betalen. In deze is dat 1 februari. De komende dagen zullen de scholen ook betaald worden en is er helemaal geen achterstand. We respecteren het decreet, we blijven bij een traditie die er vele jaren was, maar om budgettair technische redenen kon er de afgelopen jaren iets vroeger betaald worden, maar dat was dit jaar niet het geval.
Er is dus eigenlijk niets aan de hand. De scholen zullen binnen de wettelijke termijn betaald worden.
De heer Jos De Meyer:
Minister, misschien is er voor u niets aan de hand, maar ik zeg u in alle duidelijkheid en met heel grote overtuiging dat er voor de scholen wel iets aan de hand is. U moet begrijpen dat als gedurende een hele bestuursperiode de werkingsmiddelen betaald worden in het begin van de maand, er een verwachtingspatroon wordt gecreëerd. Het is ook begrijpelijk dat het verwachtingspatroon ook bij de scholen aanwezig is.
Er zijn nog andere groepen in de samenleving, en ik ga ze niet noemen, die aan het begin van de maand betaald worden. Als u dat morgen verandert, dan zult u ook bepaalde stemmen horen opgaan. Het is vrij normaal dat er een verwachtingspatroon is, maar voor sommige instellingen is het werkelijk heel problematisch dat ze deze werkingsmiddelen nog niet gekregen hebben. Ik beschouw het als mijn opdracht om dat hier te vertolken.
De voorzitter:
Mevrouw Poleyn heeft het woord.
Mevrouw Sabine Poleyn:
Voorzitter, ik wil me kort aansluiten bij de vraag van de heer De Meyer, omdat ik wat ontgoocheld ben over het antwoord van de minister.
Minister, in de crisis die we gekend hebben de voorbije jaren, de financieel-economische crisis, hebben we altijd gezegd dat de overheid het voorbeeld moet geven. Wij zijn degenen die onze facturen zo snel mogelijk en stipt zullen betalen, die de verantwoordelijkheden en plichten ten aanzien van de scholen correct honoreren door correct te betalen zodat we de scholen zelf, die het zeker in deze tijden ook financieel moeilijk hebben, geen problemen bezorgen.
Ik hoop inderdaad dat het vanaf juni weer op een vroeger moment kan.
Minister Pascal Smet:
Mevrouw Poleyn, ik wil het nog eens even zeggen hoor, maar het parlement – u dus – heeft hier het decreet goedgekeurd dat we het voor 1 februari moeten betalen. Dat weten ook alle scholen. De Vlaamse Regering heeft de gewoonte de decreten na te komen. Het decreet zegt heel duidelijk dat we het voor 1 februari moeten betalen. Dat is ook zo geweest gedurende de vele jaren, alleen de afgelopen vier jaar kon men, om een aantal redenen, twee of drie weken eerder betalen.
Ik moet u in alle eerlijkheid bekennen dat ik heel veel mails ontvang van scholen en directies en dat er op dit moment, voor zover ik weet, geen enkele school is die mij heeft laten weten dat er nu plotseling een ontzettend groot probleem zou zijn omdat ze twee weken later worden betaald, want daarover spreken we: we betalen twee weken later dan gebruikelijk 50 percent van de werkingsmiddelen uit. Voor een bepaalde school kan dat misschien een beetje vervelend zijn, maar in ieder geval is dat probleem niet tot bij ons gekomen. Ik zou de scholen die er problemen mee hebben, willen vragen om mij dat te signaleren, we zullen daar rekening mee houden, maar ik zeg u nogmaals dat deze Vlaamse Regering de regelgeving respecteert van uw parlement. We moeten dat voor 1 februari betalen, en we zullen dat voor 1 februari betalen. Veel jaren gebeurde dit ook zo, alleen is het dit jaar zo dat we met die twee weken opnieuw aansluiten bij een traditie die er vele jaren is geweest.
Ik zie het probleem dus niet onmiddellijk, tenzij voor enkele individuele scholen, maar ik raad die scholen aan om dit te laten weten. Mijnheer De Meyer, ik stel voor dat u me zo dadelijk de namen van die scholen geeft zodat ik contact kan opnemen met de directies om te bekijken waar het probleem zit en hoe we samen kunnen proberen, met het oog op de toekomst, een kastekort te vermijden.
De heer Jos De Meyer:
Als het parlement goedgekeurd heeft dat het moet gebeuren voor 1 februari, betekent dat niet dat er een verbod is om het in de eerste week van januari te doen, zoals in de vorige legislaturen, minister. Ik citeer de mail: “Van de werkingstoelagen die vorig jaar nu reeds werden uitbetaald, horen wij niets. Voor vele scholen, onder andere voor onze school, is dit een ramp. We hebben momenteel een negatief saldo van 50.000 euro.” Als u dat verlangt, minister, kan ik u in contact brengen met meerdere instellingen met die zorg.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|