|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
04-02-2010
Overdracht NER’s naar landbouwvennootschappen zonder problemen
De schaalvergrotingen in de melkveehouderij brengen met zich mee dat er grotere
investeringen moeten gebeuren en dat ook de risico’s heel wat groter worden. Daarom kiezen heel wat landbouwbedrijven voor de vorm van de landbouwvennootschap. Voor de overdracht van de NER’s naar deze nieuwe rechtspersoon zou er soms een reductie worden toegepast: een discriminatie ten opzichte van de natuurlijke personen. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer vroeg minister voor leefmilieu Joke Schauvliege om uitleg.
Voor de melkveebedrijven voorziet het Mestdecreet in een speciale regeling. Een overdracht van de nutriëntenemissierechten-runderen NER-DR) die aansluit bij een overdracht van melkquota, gebeurt op bevoorrechte wijze. En deze bevoorrechte overdrachten, aldus minister Schauvliege, gebeuren in principe reductieloos. De enige vereiste om aanspraak te kunnen maken op dit type overdracht van nutriëntenemissierechten is dat de melkquotumoverdracht kan worden gestaafd door een attest van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.
De minister verzekerde dat het bij een nutriëntenemissieoverdracht die past in een melkquotumoverdracht,het geen rol speelt of de overnemer een natuurlijk persoon is of een rechtspersoon, bijvoorbeeld een landbouwvennootschap. Wanneer een melkveehouderij die behoort tot een natuurlijk persoon, wordt ingebracht in een landbouwvennootschap, dan kunnen de nutriëntenemissierechten voor runderen op bevoorrechte wijze worden overgezet op de landbouwvennootschap en dit voor het aantal NER-D dat overeenkomt met het melkquotum.
Ook omgekeerd trouwens kunnen de nutriëntenemissierechten van een landbouwvennootschap na een melkquotumoverdracht op bevoorrechte wijze overgedragen worden naar een natuurlijk persoon.
Minister Joke Schauvliege verzekerde Jos De Meyer dat men concrete voorbeelden van knelpunten bij de uitvoering van deze regelgeving altijd aan haar mag melden.
Commissievergadering nr. C106 – LEE17 (2009-2010) – 2 februari 2010 – voorlopig verslag
Vraag om uitleg van de heer Jos De Meyer tot mevrouw Joke Schauvliege, Vlaams
minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, over landbouwvennootschappen en de
overdracht van nutriëntenemissierechten (NER’s)
De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer: Voorzitter, geachte leden, we weten dat onze minister belangstelling
heeft voor de landbouwsector. Ze weet dan ook dat de land- en tuinbouwsector de jongste
jaren met een zware crisis kampt. Een mogelijk gevolg van crisissen is dat ze kunnen leiden
tot structurele veranderingen of dat veranderingen die al bezig waren, versneld worden
doorgevoerd. In de landbouwsector zijn er momenteel twee processen bezig. Sommige
bedrijven kiezen voor een verruiming van activiteiten, zodat er meer toegevoegde waarde kan
worden geproduceerd met het eigen bedrijf. Andere bedrijven ondergaan dan weer
schaalvergrotingen, om mee te kunnen concurreren in de geglobaliseerde agrarische
wereldmarkt. Deze schaalvergrotingen brengen uiteraard met zich mee dat er zware
investeringen moeten gebeuren en dat de risico’s heel wat groter worden. Daarom kiezen een
aantal landbouwbedrijven voor de vorm van de landbouwvennootschap. Zeer specifiek komt
dat onder meer voor bij de melkveehouderij. Melkveebedrijven worden groter, maar het
blijven meestal nog familiebedrijven, met meerdere leden van een familie die er samen
werken en er financieel ook samen in participeren. Hetzelfde verschijnsel zien we ook bij de
varkenshouderij.
Het is niet altijd evident deze bedrijven onder te brengen in een vennootschap. Wat de
overdracht van dieren, gronden, het melkquotum en dergelijke betreft, zijn er meestal geen
problemen. Voor de overdacht van de NER’s komen er in bepaalde concrete situaties echter
wel problemen voor, zodanig zelfs dat er een NER-reductie van 25 percent moet worden
toegepast. In een aantal gevallen verandert er aan de exploitatie eigenlijk weinig of niets,
behalve dat de landbouwer niet langer een natuurlijk persoon, maar een rechtspersoon is. Het
gevolg daarvan is die inlevering qua NER’s, zodat een aantal mensen gewagen van een
zekere discriminatie tussen landbouwvennootschappen en natuurlijke personen.
Minister, erkent u dit probleem? Zo ja, op welke wijze evalueert u deze situatie? Kunt u dat
verhelpen?
De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.
Minister Joke Schauvliege: Mijnheer De Meyer, ik dank u voor uw interessante vraag. De
overdracht van nutriëntenemissierechten en de eventuele reducties van die NER’s bij
overname zijn geregeld in artikel 34 van het Mestdecreet. Eind 2008 heeft het Vlaams
Parlement de overdrachtsregels in het Mestdecreet nog verfijnd, maar dat weet u als geen
ander.
Voor de melkveebedrijven voorziet het Mestdecreet in een speciale regeling. Een overdracht
van de nutriëntenemissierechten-runderen (NER-DR) die aansluit bij een overdracht van
melkquota, gebeurt op bevoorrechte wijze. Bevoorrechte overdrachten gebeuren in principe
reductieloos. Wel wordt, zoals bij alle overdrachten, een reductie doorgevoerd indien de
mestafzet van de overlater onvoldoende is bewezen.
De enige vereiste om aanspraak te kunnen maken op dit type overdracht van
nutriëntenemissierechten is dat de melkquotumoverdracht kan worden gestaafd door een
attest van het Agentschap voor Landbouw en Visserij. Per overgedragen liter melkquotum
kan een bepaalde hoeveelheid nutriëntenemissierechten voor runderen op bevoorrechte wijze
worden overgedragen. Het attest van de melkquotumoverdracht mag wel niet ouder zijn dan
zes maanden.
De melkveehouder kan de overnamedatum van de NER-DR met terugwerkende kracht
kiezen, met als vroegste datum, de datum van de melkquotumoverdracht. Wanneer er echter
meer nutriëntenemissierechten voor runderen worden overgedragen dan mogelijk is op basis
van de melkquotumoverdracht, dan vraagt de Mestbank aan de landbouwer welk type
overdracht van toepassing is op het overblijvende deel van NER-D dat niet gedekt wordt door
de melkquotumoverdracht. Een van de mogelijkheden is een standaardovername met reductie
van 25 percent van de overgenomen NER-D of een overname mits mestverwerking van 25
percent van de overgenomen NER-D. Hierbij kan naast een reductie wegens onvoldoende
mestafzet desgevallend ook een reductie wegens niet-invulling van productierechten van
toepassing zijn.
Verder zijn er ook nog andere vormen van bevoorrechte overdrachten mogelijk, die in
principe reductieloos gebeuren tenzij de mestafzet van de overlater niet in orde zou zijn. Wij
denken daarbij aan de NER-overname door een naast familielid in de eerste graad.
Bij een nutriëntenemissieoverdracht die past in een melkquotumoverdracht, speelt het geen
rol of de overnemer een natuurlijk persoon is of een rechtspersoon, bijvoorbeeld een
landbouwvennootschap. Wanneer een melkveehouderij die behoort tot een natuurlijk
persoon, wordt ingebracht in een landbouwvennootschap, dan kunnen de
nutriëntenemissierechten voor runderen op bevoorrechte wijze worden overgezet op de
landbouwvennootschap en dit voor het aantal NER-D dat overeenkomt met het melkquotum.
Ook omgekeerd kunnen de nutriëntenemissierechten van een landbouwvennootschap na een
melkquotumoverdracht op bevoorrechte wijze overgedragen worden naar een natuurlijk
persoon. Het kan dus in beide richtingen.
U verwijst ook naar mogelijke problemen indien de landbouwer wijzigt. Bij een wijziging
van het ondernemingsnummer zal het Agentschap voor Landbouw en Visserij de
onderneming, na wijziging, beschouwen als een nieuwe landbouwer. Het
ondernemingsnummer wijzigt bijvoorbeeld wanneer de rechtsvorm van de onderneming
verandert. In dat geval wordt dan ook een nieuw landbouwernummer toegekend. De
landbouwer wordt hiervan op de hoogte gebracht. In die brief wordt eveneens vermeld dat de
NER-D moeten worden overgedragen aan het nieuwe landbouwernummer. Noch ikzelf noch
de Mestbank hebben weet van specifieke problemen of van een eventuele discriminatie van
landbouwvennootschappen in het kader van NER-overdrachten. Indien u echter concrete
voorbeelden zou hebben van knelpunten in de huidige regelgeving, dan mag u me daar altijd
op aanspreken.
Aangezien zich niet onmiddellijk specifieke problemen voordoen met landbouwvennootschappen,
zijn er mijns inziens geen corrigerende maatregelen nodig. Misschien blijkt
uit een aantal praktijkervaringen dat dit wel het geval is.
De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer: Minister, ik dank u voor uw uitgebreid en technisch antwoord. Er
zijn me inderdaad een aantal heel specifieke knelpunten bekend. Het zou niet zinvol zijn die
hier te behandelen. Ik zal ze u schriftelijk bezorgen. Dan kan worden onderzocht of die al dan
niet in overeenstemming zijn met de huidige regelgeving. Ik dank u alvast voor uw
engagement om dit te willen onderzoeken.
De voorzitter: Het incident is gesloten.
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|