Home
Thuis in Vlaanderen.
Linken
CDenV fractie Vlaams Parlement
Contact
Actueel
Fractieleden
Fractiewerking
Interpellaties
Persberichten
Dossiers
Tussenkomsten
Lokaal
Lokaal
Geavanceerd zoeken

printvriendelijke versie Jos De Meyer : Nieuwsbericht

26-02-2010
Wisselwerking onderwijs en landbouw blijft heel belangrijk

De vorige beleidsnota landbouw besteedde een heel hoofdstuk aan jongeren, vorming en de noodzakelijke verjonging en professionalisering van de sector. Recent nog pleitte de strategische raad voor land- en tuinbouw voor een nog verregaandere en betere afstemming tussen de sectoren landbouw en onderwijs. Ook de organisatie Boeren op een Kruispunt, die landbouwers in moeilijkheden begeleiden deden een stevig oproep naar meer vorming. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer ondervroeg minster-president Peeters in de commissie landbouw van het Vlaams Parlement naar de aanpak voor de komende jaren.

Het runnen van een modern landbouwbedrijf vereist naast een goede technische bagage ook een goede kennis van bedrijfseconomie en management, stelt de minister-president. Een goede vorming en bijscholing zijn daarom belangrijk. Want een landbouwer is een ondernemer in het kwadraat: die moet niet enkel goed kunnen ondernemen, maar wordt daarbij meer dan andere ondernemers geconfronteerd met levende producten en risico’s, zoals het weer en ziektes.

Toch, benadrukte Peeters, is het opleidingsniveau op zich geen garantie op slagen. Toch worden nu reeds zowel bij de overname of vestiging als bij investeringen eisen gesteld inzake vakbekwaamheid. We nemen elke keer duidelijk de ervaring mee omdat die misschien wel de beste leerschool is, stelde hij.

Bij de start of overname is een diploma van een basisopleiding of een installatieattest met minstens 2 jaar ervaring vereist. Bij investeringen gaat het ook om hetzij een diploma van een basisopleiding, hetzij een naschoolse opleiding gekoppeld aan 3 jaar ervaring, hetzij 10 jaar ervaring. De kwaliteit van de starterscursus en van de stage die gevolgd moeten worden om het installatieattest te kunnen behalen en georganiseerd worden door de erkende algemene centra, wordt streng bewaakt.

Uit de statistiek van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) blijkt, misschien eigenaardig genoeg, dat er geen verband lijkt te zijn tussen het opleidingsniveau en de faillissementsgraad. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat slechts een beperkt aantal dossiers bij dit onderzoek betrokken is. Wel een belangrijke vaststelling is dat er momenteel meer vrijwillige dan gedwongen stopzettingen zijn, door de crisis in de landbouw.

Wat het praktijkonderzoek betreft, zijn er in Vlaanderen veertien praktijkcentra actief in de voorlichting en ontwikkeling van land- en tuinbouw. Deze centra kunnen sinds 2005 rekenen op een vaste jaarlijkse werkingssubsidie vanuit Vlaanderen. Door het omzetten van bestaande kennis in praktijktoepassingen versterken ze de professionele voorlichting op land- en tuinbouwbedrijven op technisch en economisch vlak. Dat is voor een moderne en innovatieve land- en tuinbouw noodzakelijk.

Het voorontwerp van decreet betreffende onderwijs XX, dat een eerste keer principieel is goedgekeurd door de Vlaamse Regering bevat in elk geval de rechtsgrond die de Vlaamse Regering toelaat om vanaf 1 september 2010 middelen toe te kennen die bestemd zijn voor investeringen in de basisuitrusting voor TSO en BSO-scholen.

De minister-president verzekerde Jos De Meyer ervan dat hij als minister van Landbouw erop zal toezien dat de structuuronderdelen uit het studiegebied land- en tuinbouw net als vroeger aan bod komen voor deze grote investeringen in didactische uitrusting.


"Geen verband tussen opleiding en faillissementsgraad"

Het opleidingsniveau is geen garantie op slagen bij het runnen van een landbouwbedrijf. Uit statistieken van het VLIF blijkt dat er geen verband lijkt te bestaan tussen opleiding en de faillissementsgraad. Dat antwoordde minister-president Kris Peeters op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). Peeters benadrukte evenwel dat slechts een beperkt aantal dossiers bij het onderzoek betrokken werd.

Het opleidingsniveau is geen garantie op slagen bij het runnen van een landbouwbedrijf. Uit statistieken van het VLIF blijkt dat er geen verband lijkt te bestaan tussen opleiding en de faillissementsgraad. Dat antwoordde minister-president Kris Peeters op een parlementaire vraag van Jos De Meyer (CD&V). Peeters benadrukte evenwel dat slechts een beperkt aantal dossiers bij het onderzoek betrokken werd.

Volgens Jos De Meyer pleitte de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) voor een betere en verregaandere afstemming tussen landbouw en onderwijs. Ook de Boeren op een Kruispunt, een organisatie die landbouwers in moeilijkheden begeleidt, deed eerder al een stevige oproep naar meer vorming. Voor De Meyer waren dit voldoende redenen om te polsen bij minister-president Peeters naar de aanpak voor de komende jaren.

Peeters antwoordde dat hij het belang van een goede kennis van bedrijfseconomie en management naast een goede technische bagage erkent. “Een goede vorming en bijscholing zijn belangrijk voor de landbouwsector”, zei hij. Er worden dan ook eisen inzake vakbekwaamheid gesteld wanneer jongeren vestigings- of investeringssteun vragen. “We nemen bij beoordeling van dossiers ook de ervaring van de betrokkene mee omdat dit misschien wel de beste leerschool is”, aldus de minister.

Bij de start of overname van een landbouwbedrijf is een diploma van een basisopleiding of een installatieattest met minstens 2 jaar ervaring vereist. Bij investeringen gaat het ook om hetzij een diploma van een basisopleiding, hetzij een naschoolse opleiding gekoppeld aan 3 jaar ervaring, hetzij 10 jaar ervaring. “De kwaliteit van de starterscursus en van de stage wordt streng bewaakt”, gaf Peeters nog mee.

Toch benadrukte hij dat het opleidingsniveau van de land- en tuinbouwers geen garantie op slagen is. Uit statistieken van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) blijkt immers dat er geen verband is tussen het opleidingsniveau en de faillissementsgraad. “Ik wil er wel op wijzen dat er maar een beperkt aantal dossiers bij dit onderzoek was betrokken”, zegt hij. De minister-president wijst er ook op dat er momenteel, door de crisis, meer vrijwillige dan gedwongen stopzettingen zijn.

Peeters verzekerde Jos De Meyer ook dat hij blijft investeren in het land- en tuinbouwonderwijs. Zo is er een voorontwerp van decreet principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering. “Dit bevat de rechtsgrond om vanaf 1 september 2010 middelen toe te kennen die bestemd zijn voor investeringen in de basisuitrusting voor TSO- en BSO-scholen. Als minister van Landbouw zal ik erop toezien dat ook het studiegebied land- en tuinbouw daarbij niet uit het oog wordt verloren”, besloot Peeters. (Vilt)

Jos De Meyer

Terug naar het overzicht
 
Home | Actueel | Fractieleden | Fractiewerking | Persberichten | Dossiers | Tussenkomsten | Contact