Persbericht
10-03-2010
Valerie Taeldeman: "Verontrustende cijfers over kwaliteit water uit eigen winning"
In Vlaanderen zijn 46.757 gekende zuivere eigen waterwinners. Het zijn
gezinnen die hun water volledig uit grondwinning halen. Vaak zijn ze op de
hoogte van de slechte kwaliteit van hun water, maar doen ze er niets aan. Dat
blijkt uit een antwoord dat Vlaams volksvertegenwoordiger Valerie Taeldeman
kreeg van minister Schauvliege in de commissie Leefmilieu.
Vlaams volksvertegenwoordiger Valerie Taeldeman diende een vraag om uitleg in
bij Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, in
verband met de kwaliteit van het water uit een eigen waterwinning. Uit het
antwoord van de minister blijkt dat er op basis van de heffingendatabank van de
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voor waterverbruik in 2008 in Vlaanderen 46.757
gezinnen zijn die uitsluitend hun water winnen uit de grond. Daarnaast zijn er
ook 11.630 gemengde eigen waterwinners, dus gezinnen die naast grondwaterwinning
ook over water beschikken via een drinkwateraansluiting.
Verontrustend is dat gezinnen die aan grondwaterwinning doen, zich vaak bewust
zijn van de slechte kwaliteit (zowel chemisch als bacteriologisch) van het water
maar toch niet geneigd zijn om aan te sluiten op het openbaar
waterleidingsnetwerk. Dit blijkt uit een aantal onderzoeken die verschillende
watermaatschappijen uitvoerden.[1] In dit kader konden eigen waterwinners hun
putwater gratis laten analyseren. Ondanks het feit dat heel wat
analyseresultaten niet voldoen aan de geldende normen, zijn de betreffende eigen
waterwinners niet geneigd zich aan te sluiten op het waterleidingsnet.
Naar aanleiding van dit verontrustend signaal, deed Vlaams
volksvertegenwoordiger Valerie Taeldeman in de commissie Leefmilieu de suggestie
om in samenwerking met de VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij, een
sensibiliseringscampagne op te zetten waarin eigen waterwinners attent gemaakt
worden op het belang van een goede kwaliteit van putwater. Minister Schauvliege
engageerde zich om samen met de VMM te onderzoeken hoe gezinnen preventief en
eventueel via de gemeenten kunnen worden geïnformeerd over de risico’s.
Valerie Taeldeman
Terug naar het overzicht
|