|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
12-03-2010
Actualiteitsdebat over de urgente situatie inzake schoolinfrastructuur
In een aantal Vlaamse kranten lazen we afgelopen weekend en maandag de noodkreten van beleidsverantwoordelijken van Antwerpen, Gent en Brussel. Hun analyse stelt dat enkel extra scholen het aankomende plaatstekort kunnen bestrijden. Sommigen roepen zelfs om een nooddecreet.
En ze hebben deels gelijk: wat de schoolinfrastructuur betreft zijn er grote zorgen. Dat er in de grootsteden noden zijn door de demografische evolutie kunnen we niet ontkennen maar ook in de rest van Vlaanderen zijn de noden hoog.
En deze zijn niet nieuw. Want het beeld van ‘klascontainers’ op de Vlaamse speelplaatsen is jammer genoeg een te vertrouwd beeld.
De situatie in Brussel is een specifiek verhaal. Inzake het capaciteitsvraagstuk moeten daar gesprekken worden aangeknoopt met de Franse Gemeenschap.
Maar op korte termijn moeten we in elk geval een sluitende oplossing vinden voor de onaanvaardbare situatie dat Nederlandstalige kinderen er geen plaats krijgen in de Nederlandstalige scholen. Anders dreigen Nederlandstalige gezinnen met jonge kinderen Brussel te verlaten.
Mijnheer de minister, collega’s, voor de wachtlijsten schoolinfrastructuur zitten we in heel Vlaanderen in een ronduit negatieve spiraal. De wachtlijst – voor het vrij onderwijs – telt ondertussen meer dan 1600 dossiers, samen goed voor een totale investering van 2,5 miljard euro… en groeit nog elke dag aan.
De oproep van Mieke Van Hecke in De Standaard stelt het probleem scherp, en ik wil deze hier dan ook graag herhalen: “Geen wachttijden van vijftig jaar, alstublieft”.
Want ja, bij ongewijzigd beleid bedraagt de wachttijd voor wie zijn dossier vandaag indient vijftig jaar.
Bij het Nationaal Waarborgfonds, een restant van de leningen voor scholenbouw uit de periode 1974 tot 1989, lopen op dit moment nog meer dan 1000 afbetalingen.
Meer dan 1 op de 4 betrokken scholen hebben voor de afbetalingen meer dan een kwart van hun werkingsmiddelen nodig waardoor de normale pedagogische werking soms in het gedrang komt. Ook dit probleem moeten we vermelden.
Een lichtpunt is hopelijk de grote DBFM-operatie waarvan het contract voor Pasen eindelijk zou getekend worden. Over de betaalbaarheid van de kostprijs van de 211 scholen die hierdoor gebouwd zullen kunnen worden is er trouwens nog steeds geen duidelijkheid.
De objectieve vaststelling is er: het gebouwenpark van ons onderwijs is verouderd. Voor het vrij en het vrij officieel onderwijs dateert meer dan dertig procent van de gebouwen van voor 1950. Het Gemeenschapsonderwijs van zijn kant liet horen dat ook voor de infrastructuur van hun net, die zelfs gemiddeld van recentere datum is, een aanzienlijk bedrag nodig is.
Indien mogelijk moeten we het ook gemakkelijker maken voor schoolbesturen om te bouwen, een BTW-verlaging naar 6% betekent een directe kostprijsvermindering van 15% op de bouwkosten én een opsteker voor de bouwnijverheid en voor de tewerkstelling. Is deze piste federaal en Europees voldoende onderzocht?
Er zijn lange wachtlijsten die zonder einde lijken, scholen moeten een te groot deel van hun werkingsmiddelen gebruiken voor het afbetalen van leningen, de renovatie van het bestaande patrimonium komt onvoldoende van de grond, en ja: ook de demografie speelt een rol.
Maar ik hoop dat we het eens kunnen zijn dat oplossingen voor nieuwe noden geen hypotheek mogen leggen op de oplossingen voor bestaande en oude noden.
Mijnheer de minister, collega’s, dit totaalbeeld om toch even te benadrukken dat we het hier over een complex en breedschalig probleem hebben waarvoor de ‘simpele oplossing’ – volgens sommigen snel enkele bijkomende gebouwen neerpoten via een noodprocedure – niet voorhanden is.
Schoolgebouwen zijn immers meer dan een soort stenen containers waarin toevallig onderwijs gegeven wordt.
Trouwens, bijkomende scholen wil zeggen dat er – niet te vergeten – ook bijkomende leraars en omkadering noodzakelijk zijn.
En laat ons niet vergeten dat vooraleer de kleuterklassen vol lopen, er eerst nog een adequaat en voldoende aanbod aan kinderopvang moet voorzien worden. Ook daarover moeten we spreken.
In de gesubsidieerde sector wordt scholenbouw of –renovatie eveneens bemoeilijkt door het hoge percentage aan eigen middelen dat dient ingebracht te worden. Een regeling die nog dateert van het schoolpact. Ook daarover moeten we spreken.
En ja, ook in het stedenfonds zijn er heel wat extra middelen voor de grootsteden voorzien, net om hun grootstedelijke functie waar te maken. Misschien moeten we hier ook duidelijk durven spreken over de prioriteiten voor morgen?
Zijn alle noden reeds correct in kaart gebracht? En worden alle schoolgebouwen wel maximaal benut? In sommige straten barst de ene school uit zijn voegen en heeft de andere wel nog plaats. Ook dat: de schoolkeuze van de ouders en het optimaliseren van het gebruik van de gebouwen moet een stuk van de discussie én de oplossing zijn.
Kortom, mijnheer de minister, we moeten het regeerakkoord uitvoeren. Ik citeer drie krachtlijnen uit het regeerakkoord:
1. De extra inhaalbeweging die voor de schoolinfrastructuur is ingezet om schoolgebouwen versneld te vernieuwen of te vervangen, moet worden herhaald.
2. Scholenbouw moet planmatiger gestuurd worden vanuit masterplannen, waarover lokaal overlegd is.
3. De regelgeving moet worden aangepast zodat schoolbesturen een aanvraag tot subsidiëring kunnen doen, rekening houdend met de demografische evoluties en ruimtelijke planning.
Want ja, momenteel bouwen we scholen op basis van de huidige noden, eigenlijk moeten we scholen voor de toekomst bouwen: op basis van de verwachte noden.
Zowel in commissie als in plenaire vergadering waarschuwden wij U nochtans reeds meermaals. Mijnheer de minister, U heeft het signaal nu ook gekregen van enkele van uw partijgenoten uit de grootsteden.
Ik herhaal mijn oproep van enkele weken geleden bij de bespreking van de beleidsbrief onderwijs: er moet dringend een taskforce komen om het probleem van de schoolinfrastructuur in al zijn facetten op te volgen en op te lossen.
Hierbij moeten we de problemen correct analyseren en volledig in kaart brengen. Alle pistes en opportuniteiten moeten onderzocht worden. Maar zij die reeds jaren op de wachtlijst staan mogen niet gediscrimineerd worden.
Laat het duidelijk zijn: voor de Christendemocraten mag geen enkel kind in de kou staan.
9 maart 2010,
Jos De Meyer
Vlaams volksvertegenwoordiger
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|