|
Jos De Meyer : Nieuwsbericht
23-06-2010
Koolstofmonoxide blijft te veel doden eisen
Elk jaar opnieuw vallen er in de wintermaanden tientallen slachtoffers door koolstofmonoxidevergiftiging (CO). Jarenlange inspanningen om de mensen door middel van preventiecampagnes attent te maken op het gevaar van koolmonoxide, verhinderen nog steeds niet dat er slachtoffers blijven vallen: tot meer dan zeshonderd ongevallen per jaar waarvan veertig tot vijftig met dodelijke afloop.
Vlaams parlementslid Jos De Meyer nam het initiatief voor een resolutie[1] waarin de Vlaamse Regering met aandrang wordt gevraagd werk te maken van een gecoördineerde aanpak waarbij alle overheden samen maximaal inspanningen leveren om ‘de stille moordenaar’ definitief een halt toe te roepen. Deze resolutie werd unaniem goedgekeurd in de commissie wonen.
CO ontstaat bij een slechte of onvolledige verbranding van kolen, gas, hout, mazout, petroleum enzovoort. Een CO-vergiftiging is bijna altijd te wijten aan één van de volgende drie oorzaken: geen of onvoldoende toevoer van verse lucht, een slecht trekkende schoorsteen en/of een onveilig verwarmingstoestel.
Bijna 40% van de ongevallen doet zich voor in een badkamer, een goede 20% in de eetkamer. Voornamelijk apparaten voor de productie van warm water, blijken de belangrijkste intoxicatiebronnen. Door een onvoldoende luchtdoorstroming of een slechte afvoer van verbrande gassen hoopt koolstofmonoxide zich op in de lucht en bereikt zeer snel een kritische concentratie.
Algemeen wordt gesteld dat CO-vergiftiging kan worden vermeden door te zorgen voor:
· voldoende luchttoevoer in het verwarmingstoestel door goede verluchting van de kamer;
· een goed trekkende schoorsteen en door een vakman gecontroleerde schoorsteen;
· veilige verwarmingstoestellen die geplaatst en onderhouden worden door een ter zake technisch geschoold persoon. De toestellen moeten ook op de juiste manier gebruikt worden. Zo wordt een ‘5 literkeukengeiser’ (enkel geschikt voor gootsteen of wastafel) soms aangesloten op een bad, terwijl dit toestel ongeschikt is om zoveel water te verwarmen.
De Vlaamse overheid levert reeds inspanningen om CO-vergiftiging te vermijden. Een aanpassings- en verbeteringspremie voorziet in een tegemoetkoming voor werkzaamheden die erop gericht zijn CO-intoxicatie te verhelpen, meer bepaald:
· de plaatsing van een waterverwarmingstoestel met gesloten verbrandingsruimte;
· de plaatsing van een verwarmingstoestel met gesloten verbrandingsruimte (met maximaal drie toestellen die voor subsidiëring in aanmerking komen);
· de installatie van of omschakeling naar centrale verwarming;
· het bouwen, verbouwen, herstellen of aanpassen van een rookkanaal.
Er is zelfs voorzien in de subsidiëring van de plaatsing van CO-melders. Het plaatsen van dergelijke melders is ten zeerste aan te raden, maar dergelijke toestellen nemen de oorzaak van de CO-productie niet weg.
De preventiemaatregelen van de hogere overheden (o.a. campagne ‘Hou de stille moordenaar buiten’ van de FOD Binnenlandse Zaken), worden aangevuld met een hele reeks acties van steden, gemeenten, provincies, energieleveranciers, mutualiteiten enzovoort. En toch blijven er elk jaar slachtoffers vallen. Slachtoffers die kunnen vermeden worden door correct installeren, gebruik en onderhoud van apparaten.
Jos De Meyer: “Er is nood aan gecoördineerde actie van alle overheden samen die elk op hun bevoegdheidsterrein inspanningen leveren om het probleem aan te pakken door in te zetten op gerichte preventie, sensibilisering en de versnelde vervanging van verouderde en gevaarlijke toestellen. De Vlaamse overheid kan daarbij een leidende rol spelen.”
In de resolutie betreffende de preventie van koolstofmonoxidevergiftiging vraagt het Vlaams parlement de Vlaamse Regering om:
1. in samenwerking met de federale, de provinciale en de Vlaamse overheden jaarlijks een informatie- en sensibiliseringscampagne op te zetten die wijst op de gevaren van koolstofmonoxidevergiftiging;
2. het Agentschap Wonen Vlaanderen maximaal in te zetten op het detecteren van risico’s op koolstofmonoxidevergiftiging;
3. een belangrijke rol voor de gemeenten te reserveren in het preventiebeleid, vermits deze lokale overheden het dichtst bij de burger staan en dus het best geplaatst zijn om niet alleen vooronderzoeken te doen, maar ook potentiële problemen te detecteren;
4. de mogelijkheden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming voor het uitvoeren van werkzaamheden die het risico op koolstofmonoxidevergiftiging voorkomen, meer bekend te maken.
Jos De Meyer
Terug naar het overzicht
|
|